Dino Ruissen

 

 

Home

Info

Contact

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het werk van Dino Ruissen speelt zich af in het duister. De voorstelling heeft de vorm van een schaduwbeeld of een projectie en dat veronderstelt een donkere omgeving. Vaak zijn handen afgebeeld die door een bepaalde stand van de vingers op een scherm schaduwen lijken te werpen van een eend, een haas of een hondekop. Een voor de hand liggende associatie is dan de omgeving van een huiskamer waar kinderen  tijdens het tonen van vakantiedia's of familiefilmpjes met hun handen voor de projector allerlei dierfiguren nabootsten. Van een vrolijke, ongedwongen sfeer is hier echter geen sprake. De afbeelding heeft analoog aan de donkere omgeving waarin ze tot stand komt, een duistere lading. De veelheid van vingers en handen verdicht zich tot een dreigend staketsel van een boom vol beesten of tot een nachtelijke jungle vol angstige drogbeelden. Ik denk aan de Franse uitdrukking voor schemering als ik ze zie, entre chien et loup (tussen hond en wolf), waarin het bestaan erkend wordt van een wereld die gelegen is tussen de bekende, door de ratio "getemde" orde en "wilde", chaotische voorstellingen in de fantasie.
Wezenlijk bij schaduwbeelden is het sterke contrast tussen voorstelling en achtergrond, analoog aan de tegenstelling tussen schaduw en licht. Bij Dino Ruisen wordt die scheidslijn overstraald of omfloerst weergegeven. Het is een ruimtescheppend middel maar het werkt hier ook als een energiezone, als een aura, omdat vaak zaken zijn afgebeeld die betrekking hebben op het bovennatuurlijke: handlijnen zoals waarzeggers die lezen, met titels als Crystal Ball of Crystal Gazing. Of in de recente werken beelden die betrekking hebben op een onzekere, angstige waarneming: een spinnenweb, een goochelkaart of suggestieve handgebaren voor een toverlantaarn. Wat wordt weergegeven heeft het karakter van een hallucinatie.
Vaak wordt de trompe-l'oeil van de fijnschilder gehanteerd om thema's in de sfeer van het surreële te verbeelden. Dino Ruissen kiest echter de omgekeerde benadering: die van het onverhulde materiaalgebruik. Dat komt bijvoorbeeld naar voren in de toepassing van stroken en snippers reflecterend zilverpapier die werkelijk licht binnen het beeld brengen. Ook de aanwezigheid van de verfmaterie wordt nergens verdoezeld en de penseelstreken zijn te volgen als een directe weergave van de handeling van het schilderen. Die opvallende présence van het materiaal staat in wezen haaks op een figuratieve aanpak.
De koppeling is desondanks geloofwaardig omdat hier het opdoemen van beelden, van drogbeelden soms, wordt verbonden met de historische conditie van de schilderkunst als illusoir middel. Ook al heeft de komst van de fotografie wezenlijke veranderingen in de schilderkunst te weeggebracht en lijken beide elkaar inmiddels uit te sluiten, toch hebben fotografie en schilderkunt één basis gemeen. Die ligt in wat de voorlopers van de fotografen, de 19de eeuwse silhouettekenaars en -knippers verbindt met prehistorische grotschilders en met kinderen die voor een projector dierfiguren nabootsen. Het zijn dergelijke primaire verwijzingen die ik in de schilderijen van Dino Ruissen aantref waarbij hij met zijn even rudimentaire inzet van het materiaal duidelijk maakt dat illusies zich afspelen in het hoofd, niet op het netvlies.

Uit: AROUND THE LAKE essay door Bert Jansen ISBN 90-803822-8-0